Inleiding
Het hoofdstuk over de Sint-Stefaankerk in het overzichtswerk over de kerken in Klein-Brabant is geschreven door Jos Winckelmans. Ook haalden we heel wat informatie uit het hoofdstuk klokken in https://www.bloggen.be/lippelo/archief.php?ID=19.
Voorgeschiedenis
Tijdens de dekenale e bezoeken van 1574 en 1577 waren er in de kerk van Lippelo drie klokken. Hierover is weinig geweten. Wel nemen we de gegevens over de drie klokken die na 1759 in de toren hingen over uit een beschikbare referentie[1].
1. Hiervan werd de grootste, een tiendeklok, onderhouden door de abt van Affligem. De klok had een gewicht van ongeveer 500 kg en was gegoten door Peter III Vanden Gheyn in 1610. De klok wordt niet vermeld in het overzichtswerk over de klokken van de Mechelse gieters[2].
2. In 1727 wordt een kleine klok van 462 pond gewijd door aartspriester Van de Cruys. Ze wordt een eerste maal hergoten in 1728, een tweede maal in 1732 en nogmaals in 1741. Toen woog ze 446 pond. Bij de tweede hergieting woog de klok 462 pond. Peter en meter werden vermeld in het opschrift: TRÊS ILLUSTRE SEIGNEUR JEAN DOMIN. ALB. RHEINGRAFF, COMTE DE SALM, SEIGNEUR DE LIPPELOO, MALDERE, ETC ET TRÈS ILLUSTRE DAME HENRIETTE TERESE RHEINGRAVE COMTESSE DE SALM ETC. De derde hergieting gebeurde door Filip Roelant (?)[3] met de pastoor als peter de Elisabeth De Boeck als meter.
3. In 1759 werd een nieuwe klok van 453 pond gewijd door E. H. Van der Donckt. Deze klok werd betaald door de parochie en door de kerk. Haar opschrift luidde: I. ROELANS MET SYN TWEE SOONEN HEBBEN MY GEGOTEN TOT BRUSSEL 1759. Pastoor Cools vermeldt dat de klokken in 1798[4] werden aangeslagen door de Franse bezetter.
In 1798 worden deze drie klokken door de Sansculotten stukgeslagen. Ter vervanging werd in 1805 op het kerkhof een nieuwe klok gegoten door David Roelans. De klok van 518 pond werd gedeeltelijk betaald door de parochie en door de peter en de meter. Klokspijs werd gevonden uit stukken klok die gestolen waren uit de wagen van de confisquerende Fransen. Als opschrift las men hier o.a. de namen van peter en meter: CAROLUS DE BEUGHEM ET THERESIA VAN DER FOSSE CONJUNCTI. IK BEN GEGOTEN DOOR DAVID ROELANS 1805.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze klok uit 1805 stukgeslagen en verstopt. De brokstukken werden later doorgespeeld aan Omer Michaux voor het gieten van de klok waarnaar verwezen wordt in het oorlogsverslag uit 1918 van pastoor J.A. Van Elsen. In de parochiearchieven van 1934 wordt naar twee klokken verwezen.
1. GROTE KLOK. Uit het overzichtswerk[5] halen we dat de klok gegoten werd op 23 oktober 1912. Ze kreeg de naam MARIA, haar gewicht was 975 kg en haar diameter 110 cm. Omdat de klok in 1943 werd aangeslagen staat ze vermeld in de KIK/IRPA-cataloog onder het nummer 25133. Hierdoor krijgen we naast de zichtbare teksten ook een beeld van één zijde van de klok.
Bovenaan de schouder staat tussen twee paren gietringen de klok rond de volgende tekst[6]: LAUDO DEUM [VERUM; PLEBEM VOCO; CONGREGO CLERUM; DEFUNCTOS PLORO; PESTEM FUGO; ]FESTA DECORO
Op één flank staat een sierband met hangende guirlandes met daaronder een afbeelding van Christus aan het kruis tussen twee engelen. Hieronder staat dan ME FUDIT LOVANII O. MICHAUX.
KIK/IRPA 25133
In het pastoorsverslag wordt ook vermeld wat op de andere flank te zien was. Er wordt verwezen naar een afbeelding van Sint-Stephanus tussen twee gietersemblemen waarin staat VOCO, DECORO, PLORO / O. MICHAUX LOUVAIN. Verder stond er een tekst over vijf lijnen: ECCLESIAE S. STEPHANI IN LIPPELOO / A.M.D.G.[7] / FIERI ET MARIAM VOCARI ME FECIT / JOANNES ANTONIUS VAN ELSEN, PASTOR. / 1912
Onderaan staat nog: PETER MIJNH. ARNOLD VAN INGELGEM, BURGEMEESTER METER MEVROUW FERDINAND MORETUS DE BOUCHOUT. Deze laatste tekst staat ingekrast in de klok onder de vijf gietingen boven de slagring. De versieringen op deze flank eindigen met deze vijf gietringen boven de slagring en twee op de lip.
2. KLEINE KLOK. Het verslag verwijst kort naar een tweede klok JOZEF uit 1913 maar zonder verwijzing naar een gieter. De klok heeft een doormeter van 94 cm en een gewicht van 530 kg. Vermits de klok nu nog in de toren hangt, behandelen we ze verderop in detail. Toch is er een caveat: in de parochiearchieven van 1934 vinden we als tekst: IK HEET JOZEF EN BEN TER EERE GODS IN 1913 VOOR DE KERK VAN LIPPELOOAANGEKOCHT MET DE GIFTEN VAN PAROCHIANEN EN ANDEREN. Op een flank van de klok staat echter een afbeelding van Maria met daaronder de woorden: MARIA IS MIJN NAAM. In de archieven van 1934 vermeldt pastoor J.A. Van Elsen het volgende: De klokgieter of zijn werkman heeft vergeten die woorden af te vijlen. Die klok was voor een andere kerk gegoten geweest en later door de pastoor van Lippelo aangekocht. De klok ontsnapte aan de klokkenroof van 1943 door het gedurfde gedrag van de gebroeders Borghijs[8] die de klok verborgen in de horlogekast.
De klokkenkamer met STEPHANUS links
Huidige toestand
1. STEPHANUSKLOK. De decoraties op de klok beginnen met een band tussen twee paren gietringen en opgevuld met musicerende putti. Hieronder staat dan langs één kant:
ANNO 1950 SANCTO
De klok STEPHANUS in haar geheel De calvarie op de klok
En langs de andere
ME FVDIT MICHIELS JRTORNACI
Na drie gietringen volgt een smalle sierstrook opgevuld met florale motieven. Onder de naam van de gieter prijkt dan een afbeelding van Sint-Stephanus omgeven door een tekst in 6 lijnen:
ECCLESIAE
S. STEPHANI (beeld) IN LIPPELOO
ANNO 1944 AB HOSTE ABREPTAE VICE
AB ANNO 1950 POPULUM LAETA REVOCO
GRATIAS DEO.
FIERI ET MARIAM VOCARI ME FECIT FRANCISCUS ANTONIUS VAN HEYST, PASTOR.
Op de tegenoverliggende flank staat een Christus aan het kruis met daaronder de verwijzing:
PETER : Z.E.H. VAN HEYST.
METER: ELISABETH, DOCHTER VAN ARNOLD VAN INGELGEM.
Het gietjaar op STEPHANUS De afbeelding van de heilige
Hierop volgt een reeks van zeven gietringen boven de slagring en nog eens twee op de lip van de klok.
In de parochiearchieven van 1948 worden enkele stukken bewaard die verwijzen naar de voorgeschiedenis van de klok. Blijkbaar werd ze besteld bij Omer Michaux die op dat moment zelf geen klokken meer goot maar die bestellingen doorspeelde naar Marcel Michiels. Er was discussie over het gewicht van de klok die 975 kg zou moeten wegen maar waarbij het voorstel van Michiels slechts 922 kg aangaf. Het gietvoorstel van Michiels was voor 67.500 BEF terwijl ook Slégers-Causard een offerte indienden. De bestelling van de klok gebeurde op 14 juli 1949.
De kroon van klok JOZEF De schouder van de klok JOZEF
2. JOZEF. De decoraties op de klok hebben ons niet instaat gesteld om de gieter en het gietjaar te achterhalen. De vierarmige kroon van de klok bestaat uit gestileerde figuurtjes met daaronder bovenop de klok een sierband met rondboogjes. Na drie gietringen op de schouder volgt dan een heel brede sierband gevuld met kapelletjes die een kruisje dragen op de nok en gescheiden zijn van elkaar door engeltjes. Onder één van de nissen staat een afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw op een kleine sokkel met hieronder de tekst:
MARIA IS MIJN NAAM
Weer hieronder zijn de namen van de peter en meter ingegrift:
PETER: EERW. HR KAN. TH. COOREMANS
METER: VRWE FEYAERTS-COOMANS.
De calvarie op de klok JOZEF De Maria-afbeelding op de klok JOZEF
Op de tegenoverliggende flank staat een gekruisigde Christus op een fraaie sokkel met daaronder ingegrift:
IK HEET JOZEF EN BEN TER EERE GODS IN 1913
VOOR DE KERK VAN LIPPELO AANGEKOCHT MET DE
GIFTEN VAN PAROCHIANEN EN ANDEREN
Een deel van de ingegrifte tekst op de klok JOZEF
Boven de slagring zien we vijf gietringen en nog eens twee op de lip van de klok.
Iets over de gieters
De familie Vanden Ghein was gedurende eeuwen actief in het klokgietersbedrijf. De traditie werd gestart door Willem Vanden Ghein in Mechelen dat daarvóór al illustere gieters had gekend met Jan Zeeltsman en de familie Waghevens als boegbeelden. Na Mechelen trok de familie naar Sint-Truiden, Tienen en Nijvel. In Mechelen startte Peter I (+/-1500-1561) als eerste de familietraditie die in die stad zou blijven doorlopen tot 1697. Peter III Vanden Ghein (+/- 1553 – 1618) was de kleinzoon die heel productief was en die een uistekende reputatie had, ook in de Noordelijke Nederlanden.
Marcel Michiels Sr (1868-1924) was vooral werkzaam in Mechelen, waar hij een aantal kleinere klokken goot. Hij werkte ook een aantal jaren samen met de firma Van Aerschodt. Michiels nam later de gieterij Drouot in Doornik over. De meeste van de Michielsklokken zoals deze in Mariekerke verwijzen dan ook naar deze plaats. Marcel Michiels Jr (1898-1962) nam in 1924 de gieterij in Doornik van zijn vader over. Hij werkte eerst een aantal jaar samen met Félix Van Aerschodt. Na heel wat jaren succesrijk geweest te zijn kwam de gieterij in financiële problemen, wat tot de zelfmoord van Marcel leidde. Nadien werd de gieterij overgenomen door Eijsbouts en Petit & Fritsen, die ze in 1963 sloten.
Over de gietersfamilie Roelans uit Sint-Joost-ten-Noode is zeer weinig geweten al zijn er meerdere telgen in de familie klokkengieters geweest. In de regio Oost-Brabant zijn een aantal klokken uit deze gieterij gevonden, met de oudste uit 1721 in de Sint-Goedelekerk in Brussel. De verdwenen klok in Lippelo is van een tussenliggende generatie met Stephaan Roelans als gieter samen met zijn twee zonen David en Joannes. Stephanus Josephus Roelans werd gedoopt op 05‑03‑1696 te Sint-Joost-ten-Node. Hij overleed daar ook op 23‑06‑1769 op 73-jarige leeftijd. Hij was op jonge leeftijd betrokken bij het gietersbedrijf van de familie dat in de jaren tussen 1720 en 1809 actief was in de wijde regio rond Brussel. Stephanus was naast zijn kleinzoon David (1764-1809) de meest productieve telg. Voor een gedetailleerd overzicht van de gietersactiviteiten van de familie verwijzen we naar een artikel in voorbereiding[9].
Technische gegevens
| GEMEENTE | KLOK | GIETER | HOOGTE | DIA | DIKTE | GEWICHT | JAAR | TOON |
| LIPPELO | STEPHANUS | Michiels | 85,5 | 113 | 7,8 | 985 | 1950 | fa# |
| ST-STEFAAN | JOZEF | 69,5 | 93 | 7,0 | 530 | 1913? | la | |
| 14/04/2026 |
Bedanking
De onderzoekers wensen Bart Borgmans te danken om tijd vrij te maken om hen toegang tot de toren de verlenen.
Nico Lenaerts
David Proot
Jef L. Teugels
Jos Vrancken
Werner Wouters
14 april 2026
[1] J.A. VAN ELSEN, De geschiedenis van Lippeloo, 1932.
[2] VAN BETS-DECOSTER, M. & K., De Mechelse Klokkengieters, 14de-18de eeuw, Mechelen, 1998.
[3] In de ons bekende genealogie van de familie Roelans is ons geen telg bekend met deze naam. Wat wel vaak gebeurt is dat het Latijnse FECIT na de naam van een gieter vaak afgekort wordt dot F.
[4] Binnenkijken in de kerken van Klein-Brabant Vroeger en nu, Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, 52e Jaargang, 2017, pag. 329.
[5] Ibidem, pag. 329.
[6] De tekst binnen de vierkante haken komt uit het pastoorsverslag. De tekst buiten de haken komt van de lezing van de klok.
[7] AD MAJOREM DEI GLORIAM.
[8] Zie voetnoot 3, pag. 330.
[9] Jef L. Teugels, Jos Vrancken, Werner Wouters & Herman Swinnen, De Gietersfamilie Roelans, (in voorbereiding)










